Het vaste land van Ecuador kent een aantal zones, je hebt het Andesgebergte, waar Quito onder valt. Ga je het gebergte over aan de ene zijde, kom je uit in de Amazone. Ga je het Andesgebergte aan de andere zijde over, zak je af naar de Pacific Coast en tegen de bergwand aan is een streek op 1.500 meter hoogte dat we vandaag bezoeken. Het nevelwoud in Mindo.
Na weken droge bergen is het leuk om weer groene bergen te zien en tijdens de busrit zie je de vegetatie langzaam veranderen. Veel meer vocht in de lucht laat direct andere soorten bomen en planten zien. Onze eerste stop is het nevelwoud in Mindo. Waar we over een stukje vallei gaan met een kabelbaantje en hierna een wandeling maken naar een waterval. Het is een leuke tocht, maar de waterval is niet zo spectaculair als we al gezien hebben. Het ziet er gezellig uit. De rivier waar de waterval in terecht komt zien we als een slang kronkelen door het woud, vanuit de kabelbaan. Lager in het dal zie je dat diverse wateractiviteiten voor toeristen zijn ontwikkeld, zoals op rubberen banden door het rotsachtige water heen.

Wat ik jammer vind, als nieuwsgierig aagje, is extra informatie bij bepaalde plaatsen. Vandaag hebben we pech met onze gids, die niet veel verteld. En bij de volgende stop, de vlindertuin, krijgen we alleen te horen dat ze vlinders kweken om terug te laten gaan de natuur in. Maar hoe ze dit doen, geen idee. Ik had graag gezien, geleerd, gehoord waarom ze vlinders herintroduceren. Hoe ze dat aanpakken. Want de kas is warm en buiten is het een stuk koeler. Hoe lang leven bepaalde vlindersoorten en hoe kun je die uitzetten in de natuur? De educatie bij projecten is een gemiste kans, voor internationale bezoekers en lokale bezoekers. Kortom de vlinders zijn leuk en mooi om te zien, maar voel me vooral een toeschouwer, die foto’s maakt.


We hebben een heerlijke lunch in een restaurant en aan tafel zijn de gesprekken tussen de toeristen van vandaag, Argentijnen, Brazilianen, Amerikanen, Ecuadorianen en ons erg leuk. Het uitwisselen van verhalen waar je bent geweest of wat je nog gaat doen, is leuk om te horen. Maar ook vragen over elkaars landen zijn tof.
Na de lunch wandelen we naar Yumbos chocolade en krijgen we een te gekke proeverij. Lokale chocolade, met een beperkte oplage, dus geen groot verspreidingsgebied, zoals Paccari. De gids van Yumbos heeft veel kennis van chocolade. Arjan en ik zijn er helemaal mee in onze nopjes. Naast de leuke uitleg is de chocolade ook lekker en genieten we van de proeverij. Helaas geen foto’s gemaakt, omdat we te druk waren met proeven en vragen stellen.

Als laatste stop doen we een tuin aan met kolibries. Persoonlijk vind ik deze vogeltjes te gek en bij de wandeling naar het plateau waar we de kolibries eten mogen geven, krijgen we de typische cloud-forest regen, dus poncho en regenjas aan.


Wat een belevenis is dit. Er zijn zoveel vogeltjes, dat we ze niet kunnen tellen. Er zijn zoveel kleuren en soorten dat we geen idee hebben hoeveel er zijn. Hele kleintjes, met witte kleine pluisjes aan hun voeten. Een geel halsje, een roze hals, een felgroene streep over de kop, die doorloopt van groen, naar blauw, naar paars in de staart. Staarten met kleine pluimpjes aan het einde, hele lange blauw-groene staarten, hele paarse vogeltjes. Kolibries die bij stilzittend op een tak amper te onderscheiden zijn van kleur, tot ze gaan vliegen, dan zie je alle prachtige kleuren. Een kolibrietje met een witte bef, maar als die vliegt schittert groen-blauw-geel tussen de veertjes door op de borst. Arjan en ik kunnen hier uren zitten.


Niet alleen de kleuren zijn prachtig, maar de vleugeltjes maken ook allemaal een ander geluidje. En ook het tjirpen of fluiten, ik weet niet hoe je dit noemt, is bij elk soort anders. De kracht van de vleugeltjes is énorm. En als ze langsvliegen voel je dat supergoed, terwijl de kolibries maar zo klein zijn. En ze zijn supersnel!


Als wij zelf een klein flessendopje vasthebben met wat suikerwater erin, is het rustig wachten tot ze bij je komen drinken. Ik ben iets aan het vertellen tegen Arjan en hop, daar is er al eentje. En zodra er eentje komt, komen er meerderen. En al snel zitten ze met hun ini-mini pootjes ook even op je vingers of hand. Sommige slaan hun vleugeltjes even in en drinken gulzig. Anderen blijven in de lucht hangen, terwijl ze drinken. Ze hebben een hele lange, smalle snavel, waaruit een heel lang, dun tongetje komt. Echt supergaaf om dit te zien. Arjan en ik zijn verkocht. Als je ooit in de gelegenheid bent om een kolibrie tuin te bezoeken, is er maar één antwoord: DOEN!


Op de website plaats ik alleen foto’s, maar we hebben erg veel filmpjes gemaakt in de tuin, check Instagram en zet het geluid aan, dan hoor je van alles. Ook als je geen account hebt, kun je de filmpjes zien.
. 

Reply