Quilotoa is een vulkaan dat hoger in het Andesgebergte ligt. Deze vulkaan heeft een uitbarsting gehad zo’n 800 jaar geleden en is toen de top verloren. Rondom de vulkaan is de grond gebarsten met diepe kraters. Toen de top is verloren en de vulkaan afgekoeld is, is er een meer ontstaan. Dit meer heeft een doorsnede van 3 kilometer. Het is bekend als het Azul meer, doordat er meerdere stoffen zoals sulfur en ijzer in de grond zitten, kent het meer prachtige kleuren blauw. Vandaag gaan wij deze vulkaan bezoeken en doen ervoor nog een aantal andere leuke plekken aan.
We beginnen na een lange rit met een bezoekje aan een boer, in het Andesgebergte, die zijn oude woonhut heeft laten staan. Hij spreekt een klein beetje Spaans, maar vooral Quechua. En we zijn niet de enige toeristenbus die langskomt. We mogen de hut betreden, krijgen allerlei bakjes met bonen en diverse soorten aardappelen in de handen gedrukt. De boer kweekt 24 soorten aardappels, maar waarom en wat de verschillen zijn in smaak en gebruik van de aardappels kan de gids niet beantwoorden. Buiten hebben ze diverse hokken waar cavia’s in gekweekt worden. Deze zijn voor de markt om te verkopen. Ze eten cavia’s en in sommige streken gebruiken ze cavia’s voor een vorm van genezing. Waarbij een cavia over iemand heen loopt, de ziekte tot zich neemt en dan wordt gedood.


Het zijn enkel de verhalen van de gids die we horen en het voelt opgeklopt aan. In de nabije omgeving zien we overal kleine boerderijtjes en alles is van steen. Behalve bij deze locatie, op de berg waar wij zijn, staat nog een ronde hut. Het uitzicht is mooi en de type mensen, weer anders dan in Quito en Otavalo is mooi om kennis mee te maken. De klederdracht is weer anders. Zij dragen rode dekens en poncho’s, in plaats van zwarte doeken. Ook hebben ze een diepere, donkerder kleur van de huid. Op 4.000 meter hoogte sta je toch iets dichter bij de zon en dat kun je zien. Meneer en mevrouw op de foto zijn 80 en 75 jaar oud. Hoe ze bewegen lijken ze stukken jonger.
Wat mij verbaasd is dat er nog veel mensen buiten de grote steden Quechua spreken. Dit is naast Spaans de grootste taal in het Andesgebergte en wordt ook in veel omliggende landen gesproken. Alle gidsen die we zien en al jarenlang hier werken, spreken allemaal geen Quechua en noemen het de hele tijd de taal van de ‘indigenous people.’ Als ik hier zou werken, zou ik wel een beetje de taal geleerd hebben.
Door het landschap rijdend is het grappig om dieren te zien. Af en toe zijn er een paar koeien die rondlopen, een varken, een paar schapen, een lama of een alpaca en hier ook weer overal honden. Ze lopen in de wei, ze liggen breeduit op de weg. Vaak samen met een vriendje. Honden hebben een bijzondere band met het land gekregen. Met een korte tussenstop bij een lokale art-workshop rijden we door naar Quilotoa. De art-workshop is eigenlijk nog triester dan het bezoek aan de oude boerenhut. Het is fijn als plaspauze, maar iedereen heeft het met een paar minuten wel gezien. Maar gelukkig rijden we door een prachtig landschap. Zoals hierboven al genoemd, de vulkaan heeft een uitbarsting gehad, waardoor hij zijn top is verloren en in de nabije omgeving diepe kraters zijn ontstaan. Wat een adembenemend landschap zijn de kraters. Echt prachtig!

In de verte zien we de vulkaan en daar krijgen we twee uur de tijd om te wandelen. We starten met de bus op hoogte 4.000 meter. We wandelen samen naar een uitkijkpunt zo’n 1,8 kilometer de krater in en het is prachtig! Er loopt een pad naar beneden, dat velen gaan lopen. Zo ook Arjan. Ik blijf boven zitten, want heb al een week een flinke verkoudheid en mijn longen voelen zwak.

Ik ga zitten op een bankje, waar Emily al zit en we hebben een prachtig gesprek, een uur lang. Zij is voor onbepaalde tijd op reis en al drie maanden onderweg. Haar volgende land is ook Peru. We gaan contact met elkaar houden, zodat we elkaar wellicht weer ontmoeten, op een volgende plek. Ondertussen zie ik al mensen van onze groep weer naar boven komen lopen en blijf ik lekker zitten. De wind waait flink en de zon is scherp, dus mijn hoed maar even ‘beveiligen’ met de sjaal.

Het kratermeer veranderd de hele tijd van kleuren. Hangt de bewolking erboven krijgt het een andere kleur blauw. Het is prachtig om te zien.

Arjan loopt naar beneden en dat gaat prima. Tot aan de rand van het water zak je 400 meter.

Maar dan gaat de weg terug omhoog.

De gids heeft goede uitleg gegeven dat naar beneden gaan prima lopen is, maar de weg terug omhoog van 3.600 meter naar 4.000 meter zwaar is. De weg is maar één kilometer lang, maar om terug te komen naar boven kost je één uur de tijd. Kleine, langzame stapjes nemen een paar passen doen. Rusten, ademhalen, even wachten en dan weer verder. Ik heb een doorkijkje op de weg in het vizier en maak een serie foto’s van Arjan en je ziet hoeveel het kost om te ademen.


Langzaam zie ik de mensen terugkomen naar boven. Geacclimatiseerd zijn op 3.000 meter hoogte is écht nog een verschil met 4.000 meter hoogte. Samen met Julia loopt Arjan naar boven.


De laatste 1,8 kilometer lopen we samen omhoog op de traptreden. Het uitzicht is prachtig, maar de traptreden zijn pittig. Om de paar stappen hijgen als een paard en je merkt dat diep ademhalen moeilijk is. Je fysieke hart werkt écht superhard. Ik snap wel dat de bevolking hier niet langer groeit. Is voor de omgeving waarin ze wonen, leven en werken helemaal niet handig. Ook snap ik de ontwikkeling van bredere borstkas goed.

We hebben verschillende delen in het Andesgebergte bezocht. Mooie mensen gezien en ontmoet. Mooie natuur en elke streek net weer anders. Het voelt alsof we een topje van de berg hebben gezien, letterlijk besneeuwde toppen.

Reply